zondag 11 november 2018

Vrij


‘s Nachts in het vacuüm
van waken naar slapen
kruip ik in jouw droom

Niet gestoord door de feiten
zal ik je verleiden en
maak je geen zorgen want
morgen zal alles weer zijn hoe het hoort

Schuld noch schaamte zullen ons plagen
want dromen staat vrij en
hooguit zul jij je
bij het ontwaken
vertwijfeld afvragen waarom
je in hemelsnaam droomde van mij


[‘Vrij' naar de songtekst  ©She won’t care  die ik schreef in 2014]



donderdag 8 november 2018

Stiekem


‘…en als ik je nog eens op zoiets betrap, Hanna, dan neem ik je mee naar de échte dokter. Dit soort rare spelletjes zijn abnormaal voor kinderen van vijf. Met jullie broek omlaag nog wel!’  

Met ingehouden adem bestudeert Hanna een groef in het tafelblad, schuift er met haar wijsvinger wat gemorste kruimels naartoe.

‘En die Marijke wil ik hier nooit meer zien! Heb je me begrepen? Kijk me aan!’

Ze slaat vluchtig haar ogen op, ontwijkt evengoed haar moeders blik en fluistert  ‘ja’.
Niet dat ze het snapt, maar de boodschap is duidelijk. Bepaalde spelletjes moet je stiekem doen.


maandag 5 november 2018

Verbouwing



‘Doe het dan zelf, als je mij niet vertrouwt!’ Mijn lief smijt het gereedschap neer. Ik vroeg alleen maar of hij de deurposten wel in zijn berekening had meegenomen.
‘Of liep je tegen die aannemer vorig jaar ook constant te zeiken of hij wel wist wat hij deed?’
‘Ja hoor,’ bijt ik terug, ‘maar die reageerde een stuk volwassener.’ Mijn innerlijke feministe roert zich bij het dreigende verraad.
‘O? Vertel?’
Inwendig kronkelt het nu, maar ik kan niet meer terug.  ‘Nou ja… die glimlachte dan en zei:  Wijffie, als jíj  nou eens een lekker bakkie koffie ging zetten.’



vrijdag 2 november 2018

Kinderlokker



Op nummer 38 woonde een kinderlokker. Dat wisten we van Mara’s zus die al in de zesde zat, dus  verstand ervan had.

De verschoten gordijnen achter de vuile ramen zaten altijd dicht. Die zomer liepen wij dagelijks na schooltijd erlangs om belletje te trekken.  Dan schoof het gordijn wat opzij en verscheen een glimp van een lijkbleke zombiehoofd.  'Kinderlokker!' schreeuwden wij en stoven weg. Wie het langst bleef staan had gewonnen.
Toen de gordijnen gesloten bleven was de lol eraf. Knikkeren werd ons nieuwe spel.

Weken later vond de politie hem op zijn keukenvloer, na klachten van buren over stank en vliegenoverlast.


donderdag 1 november 2018

Dertien



Zachtgeel was hij, met een subtiel kantje langs de cups. Als ze haar mouw wat omlaag trok zag je het satijnen schouderbandje. De kussentjes toverden heuveltjes onder haar strakke shirt.

Ze vertrok zonder jas en nam de lift naar beneden.  Op de vijfde stapte hij in, de benedenbuurman die op John Travolta leek. Hij floot zachtjes. ‘Zo, jij wordt al een hele meid hè?’
Met ingehouden adem staarde ze naar de vloer, de eindeloze seconden tot de begane grond. Maar die middag zweefde ze over straat, schouders naar achteren, neus in de lucht en een onbestemde kriebel in haar buik.

vrijdag 8 juni 2018

IVF-kind



‘Als het die keer niet was gelukt, waren we ermee gestopt.’ Haar moeder had het zo vaak verteld.   ‘Ons uithoudingsvermogen was op. En ons geld. Maar die zesde keer lukte het. Jij was ons geschenk uit de hemel.’

Soms dacht ze aan alle broertjes en zusjes, die het weliswaar tot een geslaagde samensmelting hadden gebracht, maar de overtocht van reageerbuis naar baarmoeder niet hadden overleefd. Zeventien broertjes en zusjes, uitgaande van drie teruggeplaatste embryo’s per poging. Ze moest dus wel bijzonder zijn.

En toch knaagde altijd die vraag: Ging het ze nou echt om háár, of maakte het eigenlijk niet uit wie het geworden was…




donderdag 12 april 2018

Slaapkamergeheimen


Toen ze het me opbiechtte verbrak ik resoluut de vriendschap. Niet dat ik jaloers was, maar je beste vriendin met je ex, dat komt te dichtbij. Sommige geheimen geef je nou eenmaal niet prijs, ook al bespraken we voorheen weleens intieme details uit ons liefdesleven. 
Haar vorige vriendje bijvoorbeeld, raakte opgewonden van verpleegsterspakjes. 'Ach', zei ik, 'iedereen heeft wel wat. Hans wil het liefst op z'n hondjes.' Dat vond zij dan weer minder schokkend. Intussen vraag ik me dagelijks af of Hans haar zijn preoccupatie al heeft toevertrouwd. En of zij überhaupt wel in dat hondenpak past.



dinsdag 20 maart 2018

Dromen staat vrij



‘Ik droomde vannacht dat ik zoende met een andere vrouw,’ zegt hij als hij koffie inschenkt.
Ik roer zachtjes door de pan met schuimig ei. ‘Met wie dan?’
‘Geen idee, maar ik was heel verliefd.’
‘En wat vond ik daarvan?’
‘Jij was er niet bij. Je bestond überhaupt niet.’
Ik draai het gas lager. ‘Wat gek. Ik droom nooit dat jij niet bestaat.’
‘Bizar hè? Ik wil je echt niet kwijt hoor.’
‘Maar het was dus wel een fijne droom?’
‘Ja. Ben je nou boos?’
‘Tuurlijk niet, dromen staat vrij,’ zeg ik en laat het zoutvaatje flink uitschieten boven zijn perfect gestolde roereitje.




maandag 19 maart 2018

Communie

Knielen, handen vouwen, en als de priester de hostie heft en ‘Het lichaam van Christus’ zegt, éérst ‘Amen’ zeggen, dan je ogen sluiten, mond openen, tong een beetje uitsteken en wachten op het stukje ouwel. 
Voor een dromerig kind van zeven een complex ritueel. Zeker als je zeventien kinderen voor je had.


Eindelijk aan de beurt wachtte ik met stijf gevouwen handen, gesloten ogen en geopende mond op mijn beloning. Niets. Ik gluurde even. 
‘Het lichaam van Christus,’ herhaalde de priester en fluisterde er geïrriteerd achteraan: ‘En wat zeg je dan?’


‘Eh, dank u wel?’


Gelukkig waren het maar ongewijde oefenhosties.




donderdag 8 maart 2018

Wake


Mijn moeder huppelt voor me uit in een winkelstraat, op lakschoentjes met witte sokjes. Ze is een jaar of vijf.  Ik kan haar niet bijhouden, voel paniek opkomen, ik zou op haar letten. Ze draait zich om, zwaait lachend naar me en verdwijnt dansend de hoek om.

Ik schrik wakker op de harde stoel naast haar bed.  Nog voordat ik haar ademhaling heb gecheckt weet ik het.  Ik wek mijn zusje, die zachtjes snurkt in het vertrouwen dat ik waak.

‘Zomaar ertussenuit geglipt,’ zegt mijn zusje. ‘Ze heeft niet eens meer afscheid genomen.’


Ik aarzel. ‘Jawel hoor,’ zeg ik.





woensdag 7 maart 2018

De Verloren Generatie


Later als ik groot was

zou ik het leven vieren, 
op blote voeten dansen met
rokken die zwieren en
zonlicht en bloemen in mijn haren

En 's nachts onder de sterren
zou ik hartstocht beleven 
me laven aan de liefde en
me willig overgeven aan
de klanken van zacht huilende gitaren


Maar toen het zo ver was

bleek het feest allang geweest
de slingers neergehaald,
de wierrookgeur verschaald en
de vloer al aangeveegd

Vredestekens omgeruild voor roestige spelden 
The Doors voor Johnny Rotten
Bloemenkinderen voor junks

Nog altijd 

schrijnt de heimwee naar
die nooit geleefde toekomst
de tijd van mijn leven
die ik misgelopen ben


maandag 5 maart 2018

Opa



‘Trek eens aan mijn vinger...’  Mijn broertje pakte opa’s voorzetje gretig op en wachtte schaterend op de luide scheet die volgde. Ik schoof alleen maar demonstratief mijn bord weg.
‘Godsallemachtig pa! Móet dat nou echt, altijd onder het eten?’ Mijn moeder smeet haar vork neer en knikte mijn kant op.  ‘Die meid vreet toch al amper!’
‘Mooi zo,’ zei opa en prikte een stuk vlees van mijn bord. ‘Dan heb ik meer.’
Mijn vader sloeg op tafel. ‘Kan er hier goddomme voor één keer normaal gegeten worden?’

Ik bereikte wel mijn streefgewicht, dat jaar dat opa bij ons inwoonde.

zondag 4 maart 2018

M.


 Ik kom je tegen in een dagboek van lang geleden. Je heet  daar ‘M’,  en ik moet even graven naar wie je was. Slechts een passant op mijn kronkelige liefdespad, achteraf. 


Ik wilde jou blijkbaar bezitten en liet jij  je niet vangen. De hartenpijn, frustratie, ik was het vergeten, echt.
We vreeën,  meermaals.  Jij, aanvankelijk, onhandig en lomp. Sorry, het staat er, mijn dagboeken liegen niet. Maar je leerde snel, ook dat lees ik.

Ik zoek je op Facebook. Je bent getrouwd. Een leuke vrouw. Ze lacht me heimelijk toe vanaf haar profiel.
Ik glimlach terug. ‘Graag gedaan hoor.’ 




woensdag 28 februari 2018

Adoptiekind



Eigenlijk wist ze het al toen de procedure in gang werd gezet. Ze had zichzelf gesust met fantasieën over donkere, glanzende oogjes en magere baby-armpjes die zich aan haar zouden vastklampen, daar op het vliegveld van Makabana. Maar het kind had zich met zwarte, boze ogen van haar afgeduwd. Krijsend.

Het was Johans idee geweest. Ze had geen keus. Het was dít of hem laten gaan, naar een vrouw die hem wél zelf een kind kon schenken.

Het kind krijst nog altijd. Gewenningsstress, zegt de huisarts. Ze kijkt naar haar uitgeputte spiegelbeeld en denkt: Kan hij nog geruild? Of teruggebracht?



donderdag 6 juli 2017

Spreken of zwijgen


Ze weet het, door de manier waarop hij zwijgt. De kamer rondkijkt maar haar ogen vermijdt. Adem haalt om iets te zeggen, maar vervolgens de lucht met een bijna onhoorbare zucht weer laat ontsnappen. Zoekend, zo lijkt het, naar woorden die haar zo min mogelijk zullen kwetsen.

Zeg het niet, denkt ze. Alsjeblieft, zeg het niet. Laat het voorbijgaan. Dan kijken we straks een filmpje.  En daarna gaan we naar bed. Dan kussen we elkaar welterusten en vallen samen in slaap. En morgen is alles weer gewoon zoals het was.

Zijn stem doorklieft de stilte.

Hij zegt het toch.  





donderdag 29 juni 2017

Ingewijd


Een jaar of tien, elf waren we, en ons nieuwe favoriete spel, tijdens de dagelijkse tocht vanaf onze Katholieke Meisjesschool naar huis, was het achterna lopen van een groepje jongens van de nabijgelegen jongensschool. Voor kinderachtige spelletjes als tikkertje en stoepbal werden we te groot, vonden we. Liever waren we in de weer met blauwe oogschaduw en roze lippenstift, gejat van onze grote zussen, en het uitdagen van die boeiende, onbegrijpelijke wezens van het andere geslacht.  Waartoe we ze precies uitdaagden wisten we zelf ook niet, alleen dat het ongelofelijk spannend was.

Het ging ons eigenlijk vooral om Freek, de grootste van het stel. Freek was (zo vermoedden wij) enorm sterk en had een lange blonde kuif, die altijd voor één van zijn ogen hing. Dat oog kneep hij ook vaak half dicht, een beetje zoals James Dean. Het gaf zijn blik iets arrogants, uitdagends. Freek kwam uit een gezin met vijf jongens, een ‘a-sociaal gezin’ volgens onze ouders, maar dat deerde ons meisjes niet, of maakte hem juist extra interessant.

Stevig gearmd, giechelend en bijna ontploffend van de zenuwen volgden we ze op een paar meter afstand. De jongens, op hun beurt, veinsden zich niet bewust te zijn van de kirrende kluwen ontluikende hormonen die achter hen liep. Totdat je hen plots de ruggen zag rechten, en ze zich op een geschreeuwd ‘NU!’ als één man omdraaiden. Wij moesten dan rennen voor ons leven.
Zij joegen ons op totdat ze één van ons te pakken hadden. Het slachtoffer  werd dan meegesleurd en tegen een muur gezet. Wat zich vervolgens afspeelde onttrok zich aan ons zicht. Wij - de ontkomen meisjes - bleven vanaf een afstandje toekijken, met een mengeling van zusterlijke bezorgdheid en heimelijke jaloezie. Als het meisje in kwestie – na een minuut of wat - werd vrijgelaten en weer veilig in ons midden terugkeerde, met hoogrode konen en een zenuwachtige trilling om de mond,  buitelden we bijna over haar heen in razende nieuwsgierigheid naar wat er gezegd en - vooral -  gebéurd was.

 ‘Daar kom je zelf wel een keer achter…’ antwoordde het slachtoffer dan steevast op decente toon, een geheimzinnige blik wisselend met degenen die haar eerder waren voorgegaan.

Op een dag was ik de ongelukkige, of de gelukkige, zo je wilt. In mijn vlucht werd ik van achteren bij mijn paardenstaart gegrepen en, hevig tegenstribbelend, door minstens vijf paar jongensarmen hardhandig meegesleurd en tegen de muur gezet. Mijn vriendinnen, dicht bij elkaar, met grote ogen en een hand voor de mond geslagen, keken vanaf gepaste afstand toe. 

De jongens vormden inmiddels een half kringetje om me heen, om me een vlucht te beletten, en Freek plantte zijn grote sterke armen aan weerszijden van mijn hoofd tegen de muur.
‘Wat moet je nou, hè?’ zei hij terwijl hij me strak aankeek. Ik wist daarop het antwoord niet, eigenlijk was ik ervan uitgegaan dat híj dat wel zou weten, dus ik staarde alleen maar verschrikt terug in die half geloken James Dean ogen.
‘Nou….? Hè…?’ herhaalde Freek, die het kennelijk meer moest hebben van zijn looks dan van zijn verbale vaardigheden.

‘N…niks’, wist ik uiteindelijk piepend uit te brengen.
‘Oké, voor deze keer laten we je gaan. Maar pas op hè, want de volgende keer…..’
Wat die ‘volgende keer’ in zou houden bleef in het midden.

Met trillende knieën keerde ik even later terug bij mijn soortgenoten, die zich opgewonden om me heen verdrongen en me meelevend beetpakten alsof ik zojuist een heus gijzelingsdrama had doorstaan, wat in wezen natuurlijk ook het geval was. “Wat…” en  “Hoe….” wilden ze door elkaar gillend weten.

Ik wisselde een blik met de eerdere slachtoffers, keek de kring rond, wachtte tot iedereen stil was, en fluisterde op de verheven toon van een ingewijde: ‘Daar kom je zelf nog wel een keer achter….’





woensdag 28 juni 2017

Bedrog & Leugens



Hij had het plompverloren gezegd, naakt en kwetsbaar naast haar, in bed.
‘Ik ga het haar vertellen.  Ik hou die leugens niet meer vol.’
‘En dan?’ had ze geschrokken gevraagd.

‘Ik ga scheiden. Ik kies voor jou’.
‘Niet doen, alsjeblieft!’ riep ze. ‘Het gaat niet werken tussen ons.’
‘Hoezo niet?’ zei hij.

Ze had het antwoord niet over haar lippen kunnen krijgen, beseffend hoe onwaarschijnlijk hypocriet het moest klinken, uit haar mond…

Iemand die zo lang zijn vrouw heeft kunnen bedriegen, zal ik nooit vertrouwen

'Ik hou niet genoeg van je.' Heeft ze in plaats daarvan gelogen.







maandag 26 juni 2017

Oude Noorden - Joop (1)


Als ik, drijfnat van de regen, vrijdagsmiddags de hoek om fiets komt net mijn 81-jarige buurman Café Centraal uit gewankeld. ‘Lekker potje bier op Joop?’ roep ik terwijl ik een slinger aan mijn stuur geeft om hem te ontwijken.

‘Hééé, buurvrouw,’ lalt hij met dubbele tong. ‘Wat zie jij d’r uit joh! Hebbie de Rotte genomen!’

Hij staat nog steeds luidkeels te bulderen om zijn eigen grap als ik, bij mijn huis aangekomen, mijn fiets vastzet. Ondanks mijn natgeregende pesthumeur moet ik glimlachen.  
‘Fijn weekend Joop!’ roep ik achterom. 

Voorlopig is het zijne beter begonnen dan het mijne. 




Oude Noorden - Joop (2)


‘As t’r ‘s nachts wat is mot je gewoon schreeuwen hè’, tettert Joop in mijn oor terwijl hij bijna van zijn barkruk aflazert. Met wat buurtgenoten zitten we in Café Centraal, gisternacht is er ingebroken in onze straat en dan zit de schrik er toch even goed in.

‘Doe ik Joop, maar ik bel dan toch wel eerst 1-1-2’.

‘Ja, ha, nou, eerdat die juuten d’r zijn leg jij al met een houte jassie op Crooswijk…’ schampert hij. ‘Gewoon keihard gillen! Ik mag dan eenentachtig zijn maar ik ramt ze eigenhandig de straat uit. Want van me buurvrouw blijven ze af ! ’



Oude Noorden - Joop (3)


Ach ja, Joop. Geboren en getogen in het Oude Noorden. En uit vrije wil zet ie er geen poot buiten, roept ie tegen wie het maar horen wil.  Jaha, voor zijn laatste ritje, straks, dan gaat ie naar Crooswijk. Maar dan motten ze hem toch echt de Rotte over drágen, tussen zes plankies, ha!  

Zeven dagen per week zit ie in de kroeg, pendelend op z’n fietsie tussen Café Centraal en Postiljon. Z’n vaste stekkie aan de bar. Pilsie, jajempie d’r naast. En, met een miniem draaiende vingerbeweging mompelend naar de barman: ‘…Doet hun ook nog wat…’

Hij moet zijn AOW’tje toch ergens kwijt.



Oude Noorden - Joop (4)


Ooit was ie getrouwd, vertelt hij me tijdens een kwebbeltje. Met Fientje, het liefste meissie van Noord. Mán-man-man wat was tie groos met d’r.
Drie jaar later, in ’68, overleed ze. In het kraambed van hun te vroeg geboren kind.

 ‘Een jochie… ach-ach buurvrouw, zó klein was tie…’ zijn grote kolenschoppen wijzen een kleine dertig centimeter aan. ‘…Jopie, zo zou ie heten als het een  jongetje was…’
Het kind was vlak na zijn moeder gestorven.

Ik val stil. Wat moet je zeggen op zoveel leed in een notendop.

‘Daarna ben ik d’r nooit meer an begonnen. D’r is een grens an hè, wat een mens ken verstouwen. Maar hiero…’ hij klopt op zijn linkerborst, ‘Hiero zitten ze nog altijd. Allebei.’





Oude Noorden - Joop (5)


Z’n plekkie aan de bar was al een paar dagen leeg gebleven en dat was niets voor Joop. Ze vonden hem uiteindelijk in zijn schommelstoel, een verschraald biertje naast ‘m.

Een handvol stamgasten, de kroegbazen van Centraal en Postiljon, en een paar buren zijn aanwezig. Een zwarte auto heeft hem, tussen zes vurenhouten plankies, de Zaagmolenbrug over gereden naar Crooswijk.

Bolle Rinus neemt het woord: ‘Joop, je was een goeie, gulle gozert…,’  de cafébazen wisselen een blik. Joops laatste rekeningen,  toch goed voor zo’n tweehonderd euro elk, zullen ze maar afboeken. Gevalletje bedrijfsschade.

‘…doet de groeten daarboven aan Fientje en die kleine,’ besluit Rinus zijn speech. ‘Dalijk nemen we d’r eentje, speciaal op jou. Rest in pies, knul.’





zaterdag 17 juni 2017

Mannendingetje (5) - 99 woorden verhaaltje


Als hij de transversus-abdominis* flink aanspant ziet het er picobello uit, constateert hij in de spiegel voordat hij vertrekt.

Bloedmooi, wulps - conform haar datingprofiel - zit ze aan het afgesproken tafeltje. Op haar geanimeerde gebabbel kan hij zich evenwel lastig concentreren, nu zijn continu aangetrokken buikspieren tot toenemende darmkrampen leiden.

 ‘Zullen we anders bij mij thuis nog een afzakkertje…?’ oppert ze bij het afscheid, buiten.

 ‘Ehhh...volgende keer? Ik moet morgenochtend echt héél vroeg …’

Eenmaal buiten haar gehoorafstand kan hij de boel eindelijk ontspannen. Minstens drie liter opgehoopt darmgas reutelt en toetert zich dankbaar een weg naar bevrijding.





De musculus transversus abdominis[1] of dwarse buikspier[2][3] is een skeletspier die aan de binnenzijde van de schuine buikspieren ligt. Met name deze spier oefent druk uit op de buikingewanden [Bron: Wikipedia]



maandag 12 juni 2017

Mannendingetje (3) - 99 woorden verhaaltje


Samen met hem kijkt ze zo’n filmpje, bedoeld om – ze is de lulligste niet – de stemming wat te verhogen. In de eerste scene stelt een dame kokhalzend doch gewillig haar keelholte beschikbaar,  onderwijl triomfantelijk lonkend naar de camera (…knap hè van mij?)
Daarna volgt een serie ingewikkelde acrobatische oefeningen, waarbij mevrouw getroffen lijkt door een gevaarlijk toenemende aanval van hyperventilatie.

‘Zo doét een vrouw niet als ze opgewonden is!’ roept ze, beseffend de inmiddels toch al broze sfeer nu wel definitief te verpesten.
‘Já, dat weet ik ook wel,’ zucht hij. ‘Het is pórno, liefje. Gewoon, een mannendingetje’. 




zondag 11 juni 2017

Mannendingetje (2) - 99 woorden verhaaltje


 ‘Die fascinatie van mannen voor hoerige vrouwen,’ zegt ze. ‘Wat is dat toch?’
Hij moet lang nadenken.  

‘…Misschien zijn het ingesleten jongetjesdromen. Hoe je als elfjarig joch ontdekte dat dat merkwaardige gevoel daarbeneden een oorzaak had. Dat je het kon oproepen door te fantaseren. Over de bakkersdochter, met haar helblonde hoog-opgetoupeerde haren, haar kersenmond en haar diepe decolleté. Die  jou met open mond in die oneindige gleuf tussen haar borsten zag staren, en je toen met een heimelijke knipoog het brood aanreikte. Hoe je vervolgens, het halfje tijgerwit als trofee in je handen, met kloppend kruis naar huis zweefde.’ 



donderdag 8 juni 2017

Leven of dood (99 woorden verhaaltje)

Op tafel loopt een mier. Denkbeeldig zoom ik in, dieper en dieper tot ik net zo klein ben, en wandel een stukje met hem op. Hoewel hij een enorme balk met zich meesjouwt heeft hij er flink de pas in, ik moet rennen om hem bij te houden. Straks zal hij vermoeid thuiskomen. ‘Ha papa!’ ‘Hallo kindjes, dag schat, het zit er weer op voor vandaag. Wat eten we?’

Ik zoom weer uit.

Op tafel loopt een mier. Met één duimdruk kan ik hem naar de mierenhemel sturen. Of niet. Het is aan mij.
Even waan ik me God.


vrijdag 2 juni 2017

Femme Fatale (99 woorden verhaaltje)


Daar staat ze, onder het grauwe schijnsel van een lantaarnpaal. Te magere benen in een te strakke goudkleurige broek. Een mislukte femme-fatale. Ooit het mooiste meisje van de klas. Toen, ja tóen, had hij er alles voor over gehad om… Maar toen zag ze hem niet staan.

Hij mindert vaart, draait het raampje open. Ze bukt voorover, hij kijkt in haar verdorde decolleté. 
‘Trekken kost tien, pijpen twintig.’ 
Hij reikt haar het briefje van honderd aan. Ze bekijkt hem nu argwanend. 
En wat moet ik daarvoor doen?’
‘Niets’, mompelt hij en geeft gas. 
Ze heeft hem nog altijd niet herkend.






woensdag 31 mei 2017

Gebedje (99 woorden verhaaltje)

‘Zeg je nog wel een gebedje voor oma?’ Mijn moeder kwam me - uiteindelijk toch - instoppen. Ik was vijf. En boos, allesverzengend boos. Op iedereen en vooral op mijn moeder die me voor straf naar bed had gestuurd.

‘NEE!’ riep ik dan ook hevig snikkend, zekerheidshalve toch maar gevolgd door een driftig ‘ONZELIEVEHEER MAAK OMA BETER!’ 
Ik betwijfelde sterk of onzelieveheer zo’n wan-gebed wel zou verhoren. Of misschien, voor straf, juist niet.

Met verstikte stem wekte mijn moeder me ’s ochtends. ‘Nou heb jij gisteravond nog wel zo goed gebeden…en nu is oma toch dood’.
En ik dacht: Zie je wel…




Homo Sapiens (99 woorden verhaaltje)


Elf  jaar geleden komt ie thuis met die Karel. ‘Pap, mam, dit is hem’. Dat was wel effe slikken. Maar je accepteert het. Karel, Boris en alles erna. Het blijft toch je kind hè?

Komt ie daarnet binnen met zijn nieuwe vlam … Alicia. Een vrouw! Enne, neem-me-effe-nie-van-kwalijk, wát voor eentje! Je mag het natuurlijk niet zeggen maar ik dacht het toch: Zou hij dan tóch…eindelijk…?

Zegt ie net in de keuken: ‘Vroeger heette ze Albert’.
 Ik denk: Huh? Ik zeg: ‘En wat ben jij dan nu?’
Zegt ie: ‘Ehhhm… Méns?’

Sja…. Leg dat maar eens uit aan de buren…




Stemmetje (99-woorden verhaaltje)


Bij zes seconden open ik mijn ogen, stuur met bonkend hart naar rechts en zet de auto stil op de vluchtstrook.

Dat waren er geen acht hè…’ treitert het stemmetje. ‘Nu moet je voor straf de volgende keer twaa…’ 
‘Nu moet jij goddomme eens goed luisteren!’ schreeuw ik. ‘Dit zijn geen spelletjes meer! Als jij zo doorgaat, gaan wij naar de dokter. En je weet wat dat voor jou betekent!’
Het stemmetje zwijgt beledigd. Trillend geef ik gas en voeg weer in.

Vier seconden dan,’ fluistert ze vals. ’En oké oké, alleen als er niemand vlak voor je rijdt...