dinsdag 20 maart 2018

Dromen staat vrij



‘Ik droomde vannacht dat ik zoende met een andere vrouw,’ zegt hij als hij koffie inschenkt.
Ik roer zachtjes door de pan met schuimig ei. ‘Met wie dan?’
‘Geen idee, maar ik was heel verliefd.’
‘En wat vond ik daarvan?’
‘Jij was er niet bij. Je bestond überhaupt niet.’
Ik draai het gas lager. ‘Wat gek. Ik droom nooit dat jij niet bestaat.’
‘Bizar hè? Ik wil je echt niet kwijt hoor.’
‘Maar het was dus wel een fijne droom?’
‘Ja. Ben je nou boos?’
‘Tuurlijk niet, dromen staat vrij,’ zeg ik en laat het zoutvaatje flink uitschieten boven zijn perfect gestolde roereitje.




maandag 19 maart 2018

Communie

Knielen, handen vouwen, en als de priester de hostie heft en ‘Het lichaam van Christus’ zegt, éérst ‘Amen’ zeggen, dan je ogen sluiten, mond openen, tong een beetje uitsteken en wachten op het stukje ouwel. 
Voor een dromerig kind van zeven een complex ritueel. Zeker als je zeventien kinderen voor je had.


Eindelijk aan de beurt wachtte ik met stijf gevouwen handen, gesloten ogen en geopende mond op mijn beloning. Niets. Ik gluurde even. 
‘Het lichaam van Christus,’ herhaalde de priester en fluisterde er geïrriteerd achteraan: ‘En wat zeg je dan?’


‘Eh, dank u wel?’


Gelukkig waren het maar ongewijde oefenhosties.




donderdag 8 maart 2018

Wake


Mijn moeder huppelt voor me uit in een winkelstraat, op lakschoentjes met witte sokjes. Ze is een jaar of vijf.  Ik kan haar niet bijhouden, voel paniek opkomen, ik zou op haar letten. Ze draait zich om, zwaait lachend naar me en verdwijnt dansend de hoek om.

Ik schrik wakker op de harde stoel naast haar bed.  Nog voordat ik haar ademhaling heb gecheckt weet ik het.  Ik wek mijn zusje, die zachtjes snurkt in het vertrouwen dat ik waak.

‘Zomaar ertussenuit geglipt,’ zegt mijn zusje. ‘Ze heeft niet eens meer afscheid genomen.’


Ik aarzel. ‘Jawel hoor,’ zeg ik.





woensdag 7 maart 2018

De Verloren Generatie


Later als ik groot was

zou ik het leven vieren, 
op blote voeten dansen met
rokken die zwieren en
zonlicht en bloemen in mijn haren

En 's nachts onder de sterren
zou ik hartstocht beleven 
me laven aan de liefde en
me willig overgeven aan
de klanken van zacht huilende gitaren


Maar toen het zo ver was

bleek het feest allang geweest
de slingers neergehaald,
de wierrookgeur verschaald en
de vloer al aangeveegd

Vredestekens omgeruild voor roestige spelden 
The Doors voor Johnny Rotten
Bloemenkinderen voor junks

Nog altijd 

schrijnt de heimwee naar
die nooit geleefde toekomst
de tijd van mijn leven
die ik misgelopen ben


maandag 5 maart 2018

Opa



‘Trek eens aan mijn vinger...’  Mijn broertje pakte opa’s voorzetje gretig op en wachtte schaterend op de luide scheet die volgde. Ik schoof alleen maar demonstratief mijn bord weg.
‘Godsallemachtig pa! Móet dat nou echt, altijd onder het eten?’ Mijn moeder smeet haar vork neer en knikte mijn kant op.  ‘Die meid vreet toch al amper!’
‘Mooi zo,’ zei opa en prikte een stuk vlees van mijn bord. ‘Dan heb ik meer.’
Mijn vader sloeg op tafel. ‘Kan er hier goddomme voor één keer normaal gegeten worden?’

Ik bereikte wel mijn streefgewicht, dat jaar dat opa bij ons inwoonde.

zondag 4 maart 2018

M.


 Ik kom je tegen in een dagboek van lang geleden. Je heet  daar ‘M’,  en ik moet even graven naar wie je was. Slechts een passant op mijn kronkelige liefdespad, achteraf. 


Ik wilde jou blijkbaar bezitten en liet jij  je niet vangen. De hartenpijn, frustratie, ik was het vergeten, echt.
We vreeën,  meermaals.  Jij, aanvankelijk, onhandig en lomp. Sorry, het staat er, mijn dagboeken liegen niet. Maar je leerde snel, ook dat lees ik.

Ik zoek je op Facebook. Je bent getrouwd. Een leuke vrouw. Ze lacht me heimelijk toe vanaf haar profiel.
Ik glimlach terug. ‘Graag gedaan hoor.’